Wetgeving

Wetgeving Algemeen

Mobiel intern transportmaterieel en beveiligen

Op intern transport materieel dienen een divers aantal veiligheidsvoorzieningen aanwezig te zijn. In de praktijk is gebleken, dat rond een aantal veiligheidsvoorzieningen regelmatig discussie ontstaat en erger nog waaraan op chauffeurs/monteurs-niveau regelmatig gesleuteld/gerommeld wordt. Bij het op een rijtje zetten wordt de machinerichtlijn c.q. de onderliggende geharmoniseerde normen en de arbeidsmiddelenrichtlijn gehanteerd, waarbij geen bovenwettelijke voorschriften worden toegevoegd.

Opmerking vooraf
Bij CE-gemarkeerde trucks is de fabrikant verantwoordelijk voor het veilig functioneren van de truck. Daartoe heeft de fabrikant een risico inventarisatie en -evaluatie gemaakt op basis waarvan de betreffende veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. De persoon, die eigenmachtig, zonder instemming van de fabrikant, wijzigingen aanbrengt in de beveiligingen van de machine is daarmee zelf CE-verantwoordelijk geworden, c.q. een evt. aansprakelijkheid van de fabrikant is daarmee vervallen.

Noodstop
De noodstop is bedoeld om middels een ingreep van buiten af de truck tot stilstand te brengen. Deze dient op elke truck, stapelaar, elektro-pallettrucks e.d. aanwezig te zijn. De noodstop behoeft niet als knop uitgevoerd te zijn, een handgreep waarmee met een ruk de stroomvoorziening wordt onderbroken voldoet ook aan de wettelijke voorschriften.

Dodemans-knop
Is bedoeld om te voorkomen, dat de truck doorrijdt op het moment, dat de chauffeur niet (meer) op de bestuurdersplaats zit. De dodemansknop is in de volgende varianten beschikbaar.

  • onder stoel van de bestuurder
  • als voetpedaal
  • in de dissel.

Bij trucks met een zittende bestuurder, is de dodemansknop onder de stoel gemonteerd.
Een aanvullende dodemansknop als voetpedaal kan nuttig zijn in bijvoorbeeld werksituaties waarbij veel in smalle gangen gewerkt wordt, om zo te borgen dat de chauffeur tijdens het rijden met de benen binnen de contouren van de machine blijft.
Bij trucks met een staanplaats voor de chauffeur is de dodemansknop uitgevoerd als voetpedaal.
Het is -met instemming van de fabrikant/importeur- toegestaan om een extra dodemansknop als voetpedaal aan te brengen; het is nimmer toegestaan om de door de fabrikant aangebrachte dodemansknop (bijvoorbeeld onder de stoel) te vervangen door een andersoortige dodemansknop (bijvoorbeeld als voetpedaal).
Het is verder niet toegestaan om wijzigingen aan te brengen in de door de fabrikant voorgeschreven c.q. ingestelde reactietijd.

Voor elektrische stapelaars en elektrische pallettrucks met sta-plateau zijn geen dodemansknoppen voorgeschreven; op het moment dat de chauffeur het sta-plateau verlaat, dan dient dit plateau omhoog te klappen en dient de machine tot stilstand te komen.

Voor elektrische stapelaars en elektrische pallettrucks met meelopende bestuurder is de dodemans-knop verwerkt in de dissel, namelijk:

  • als de dissel losgelaten wordt dat gaat de dissel automatische in de hoogste stand staan en komt automatisch tot stilstand,
  • als de dissel in aanrijding komt met een object dan komt de truck automatisch tot stilstand.

Zijwaartse steunen
Bij trucks met sta-plateau is de aanwezigheid van zijwaartse steunen wettelijk verplicht, wanneer een snelheid hoger dan 6 km/h wordt bereikt.

Slangbreukbeveiligingen
Voor intern transport-materieel bestaat de wettelijke verplichting van een slangbreukbeveiliging in de vorm van een daalsnelheidsbegrenzer. Deze beveiliging zorgt er voor, dat bij breuk van een hydraulische slang in het hefsysteem de vorken langzaam dalen.

Contactslot
Elke truck dient afsluitbaar te zijn middels een stroomonderbreek-slot.

Beschermkap
Bij trucks met een hefhoogte hoger dan 1800 mm is een beschermkap verplicht.

Parkeerrem
Trucks dienen uitgevoerd te zijn met een doeltreffende parkeerrem

Werklastdiagram
Nagaan of dit diagram nog leesbaar is en of het diagram nog correct is; mogelijke wijzigingen (langere vorken, montage voorzetstukken e.d.).

Veiligheidsgordels

Heftrucks zonder kabine moeten voorzien zijn van een veiligheidsgordel, of een beveiliging hebben om de chauffeur te beschermen bij het zijdelings kantelen van de heftruck. (zie ook het hoofdstuk “De heftruck en de veiligheidsgordel”)

Maximale snelheid

  1. Voor trucks met meelopende bestuurder geldt een maximale snelheid van 6 km/h.
  2. Voor trucks met staande bestuurder geldt een maximale snelheid van 16 km/h.
  3. Trucks met een geheven last dan wel bestuurder hoger dan 1,2 mtr. en lager dan 3 mtr. mogen niet harder rijden dan 4 km/h.
  4. Trucks met een geheven last dan wel bestuurder hoger dan 3 mtr. mogen niet harder rijden dan 2,5 km/h.
  5. Trucks op de openbare weg mogen niet harder rijden dan 25 km/h.

Gebruiksaanwijzingen
Ten aanzien van de beschikbaarheid van gebruiksaanwijzingen is van belang art. 7.11a lid 1 van het mtr. en lager dan Arbobesluit, namelijk:

Een bij een arbeidsmiddel behorende gebruiksaanwijzing wordt in begrijpelijke vorm ter kennis gebracht van de betrokken werknemer.

Op basis van dit artikel, dat in zijn huidige vorm wettelijk van kracht geworden is per 5 december jl., lopen reeds procedures van werknemers, die een letselschade hebben opgelopen. De schadeclaim is gebaseerd op het verwijt dat de werkgever de werknemer onvoldoende geïnstrueerd heeft t.a.v. de bediening van de machine, waarmee de werknemer een ongeval heeft veroorzaakt en waarbij de betreffende werknemer letselschade heeft opgelopen.